Interesse?

Wenst u meer nieuws, basisinformatie en sectorinformatie over arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht en loonfiscaliteit?




Coronavirus COVID-19: nieuwe steunmaatregelen rond tijdelijke werkloosheid

Nieuws - 29/06/2020
-
Auteur(s): 
Benoît Lysy


De regering neemt een nieuwe reeks crisismaatregelen over werkloosheid aan, vooral om een snelle betaling van de gerechtigden op uitkeringen als tijdelijk werklozen mogelijk te maken en om de impact van de gezondheidsmaatregelen wegens het COVID-19-virus voor volledig werklozen zoveel als mogelijk te neutraliseren.

Bijkomende activiteiten en tijdelijke werkloosheid

In de eerste plaats worden de regels van cumulatie van de uitkeringen met bijkomende activiteiten of inkomsten tijdelijk geschrapt.
Tijdens de periode van 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 mag een tijdelijk werkloze met behoud van het recht op uitkeringen een bijkomende activiteit uitoefenen, op voorwaarde dat hij die bijkomende activiteit al uitoefende in de loop van de drie maanden, gerekend van datum tot datum, die voorafgaan aan de eerste dag waarop hij ten gevolge van de gezondheidscrisis tijdelijk werkloos werd gesteld.
Bovendien wordt het bedrag van de uitkering als tijdelijk werkloze tijdens diezelfde periode niet verminderd. Normaal wordt het dagbedrag van de uitkering verminderd met het deel van het dagbedrag van het inkomen van de nevenactiviteit dat 10,18 euro overschrijdt.

Voordeel Springplank naar zelfstandige

Het voordeel ‘Springplank naar zelfstandige’ is een maatregel die het mogelijk maakt tijdens de uitoefening van een nevenactiviteit als zelfstandige het recht op werkloosheidsuitkeringen te behouden gedurende 12 maanden. De regering verduidelijkt nu dat deze periode van 12 maanden niet loopt tijdens de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020.

Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen

Een werkloze kan van bepaalde vergoedbaarheidsvoorwaarden worden vrijgesteld als hij aantoont dat hij ten minste 180 activiteitsuren heeft verricht in het kader van een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap tijdens een referteperiode van zes kalendermaanden vóór de maand vanaf dewelke de vrijstelling wordt gevraagd.
In het kader van de steunmaatregelen wordt voor die referteperiode geen rekening gehouden met de maanden maart 2020, april 2020, mei 2020 en juni 2020.

Procedure van uitsluiting van uitkeringen

Voordat de directeur van het werkloosheidskantoor een beslissing tot weigering, uitsluiting of schorsing van het recht op uitkeringen neemt, moet de werknemer worden gehoord om zijn verweermiddelen en zijn versie van de feiten waarop de beslissing steunt te kunnen geven.
Voortaan wordt dit onderhoud vervangen door een schriftelijke procedure, voor zover de oproeping werd verstuurd tijdens de periode tussen 25 juni tot en met 31 december 2020. Zo worden niet strikt noodzakelijke persoonlijke contacten vermeden en worden vooral werklozen niet langer dan nodig in het ongewisse gelaten over de uitkomst van een betwisting.
Concreet stuurt de directeur de werknemer een brief met de feiten op basis waarvan de beslissing wordt genomen en nodigt hem uit om schriftelijk zijn verweermiddelen te bezorgen, uiterlijk op een datum die ten vroegste de tiende dag na de afgifte van de brief ter post ligt.
De werknemer kan vragen dat deze datum wordt uitgesteld naar een datum die niet later mag zijn dan vijftien dagen na de datum die in de brief is vastgelegd. De vraag tot uitstel moet, behalve bij overmacht, uiterlijk op het werkloosheidsbureau aankomen op de dag die voorafgaat aan de in de brief vastgestelde datum. Het uitstel wordt, behalve bij overmacht, slechts eenmaal verleend.
Deze maatregelen zijn van toepassing vanaf 25 juni 2020.

Werkloosheidsuitkeringen voor de maanden februari tot juni 2020

Volgens de maatregelen die op 30 maart jongstleden werden aangenomen kan het uitkeringsaanvraagdossier van een tijdelijke werkloze worden ingediend via een formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA, dat te vinden is op de website van de RVA, of via het tweede exemplaar van het formulier C3.2-WERKGEVER.
De regering verduidelijkt nu dat die formulieren door de uitbetalingsinstelling op elektronische wijze aan het hoofdbestuur van de RVA of aan het bevoegde werkloosheidsbureau kunnen worden bezorgd. Bovendien geldt de elektronische indiening van het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA als een door de werkloze of een namens de werkloze door de gemachtigde van de uitbetalingsinstelling ondertekende uitkeringsaanvraag.
Ten slotte moet de uitbetalingsinstelling die het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA elektronisch heeft ingediend, het formulier dat de gegevens van dit bestand bevat ter beschikking houden van de RVA. Ze moet dit formulier aan de RVA bezorgen binnen een door de Rijksdienst te bepalen termijn, maar uiterlijk binnen een termijn van vier maanden die ingaat op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarvoor de uitkeringen worden aangevraagd.
Een betaling die wordt uitgevoerd zonder dat de uitbetalingsinstelling dit verantwoordingsstuk kan voorleggen, wordt beschouwd als een ten onrechte uitgevoerde betaling, die ten laste is van de uitbetalingsinstelling en die door de Rijksdienst bij de uitbetalingsinstelling kan worden teruggevorderd.
Deze maatregelen treden met terugwerkende kracht in werking op 1 februari 2020.

Bron:  Koninklijk besluit van 22 juni 2020 betreffende diverse tijdelijke maatregelen in de werkloosheidsreglementering omwille van het COVID-19-virus en tot wijziging van de artikelen 12 en 16 van het koninklijk besluit van 30 maart 2020 tot aanpassing van de procedures in het kader van tijdelijke werkloosheid omwille van het COVID-19-virus en tot wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 27, 51, 52bis, 58, 58/3 en 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van de artikelen 36sexies, 63bis en 124bis in hetzelfde besluit, BS, 25 juni 2020