Interesse?

Wenst u meer nieuws, basisinformatie en sectorinformatie over arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht en loonfiscaliteit?




COVID-19-coronavirus: administratieve verduidelijking over versoepelingsmaatregel rond voorafbetalingen

Nieuws - 11/09/2020
-
Auteur(s): 
Bernard Mariscal


De wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (B.S., 11 juni 2020) versoepelt de regeling van verplichte voorafbetalingen voor zelfstandigen en vennootschappen.

Een recente circulaire licht deze maatregelen toe.

Voorafbetalingsregeling

De voorafbetalingsregeling houdt in dat op de belasting op het betreffende beroepsinkomen een belastvermeerdering wordt toegepast wegens geen of ontoereikende voorafbetalingen op die belasting.

Het bedrag van die belastingvermeerdering is verschillend naargelang het om natuurlijke personen of vennootschappen gaat. Het hangt ook af van het tijdstip waarop de voorafbetalingen worden gestort. Hoe vroeger in het jaar de voorafbetaling wordt gestort, hoe hoger het voordeel is.

Met zelfstandigen worden bedoeld: uitbaters van een handels-, nijverheids- of landbouwonderneming, beoefenaars van een vrij beroep of andere winstgevende bezigheid en bedrijfsleiders. Op bedrijfsleiders is de voorafbetalingsregeling enkel van toepassing op de belasting waarvoor geen verplichting bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden.

Voor natuurlijke personen is het vermeerderingspercentage gelijk aan de ‘basisrentevoet’ vermenigvuldigd met 2,25. De basisrentevoet mag nooit lager zijn dan 1%.

Voor 2020 zijn de aan de VA gekoppelde voordelen per kwartaal:
VA 1 (10.04): 3% (1% × 3)
VA 2 (10.07): 2,5% (1% × 2,5)
VA 3 (10.10): 2% (1% × 2)
VA 4 (20.12): 1,5% (1% × 1,5)

Voor vennootschappen is de referentierentevoet 3%, wat betekent dat het vermeerderingspercentage 6,75% bedraagt voor het a.j 2021 (inkomsten 2020).

Voor 2020 zijn de aan de VA gekoppelde voordelen per kwartaal:
VA 1 (10.04): 9% (3% × 3)
VA 2 (10.07): 7,5% (3% × 2,5)
VA 3 (10.10): 6% (3% × 2)
VA 4 (20.12): 4,5% (3% × 1,5)

Tijdelijke versoepelingsmaatregelen

Er werd een versoepelingsmaatregel ingevoerd voor belastingplichtigen die door de crisis met liquiditeitsproblemen kampen, waardoor ze onvoldoende liquide middelen hebben om VA te doen in april 2020 (1ste vervaldag – hierna VA 1) of in juli 2020 (2de vervaldag – hierna VA 2). Die maatregel houdt in dat de percentages van de voordelen verbonden aan de VA die worden gedaan tegen de vervaldag in oktober 2020 (3de vervaldag – hierna VA 3) en tegen de vervaldag in december 2020 (4de vervaldag – hierna VA 4) worden verhoogd.

Voor belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de VenB en BNI/ven stemmen de vervaldagen van de VA 1, VA 2, VA 3 en VA 4 overeen met de tiende dag van de vierde, de zevende en de tiende maand, en de twintigste dag van de laatste maand van het boekjaar, wanneer het belastbare tijdperk niet overeenstemt met het kalenderjaar. De vervaldagen van de VA 1 of VA 2 vallen dus niet noodzakelijk in het tijdperk waarvoor de wetgever de gevolgen van de COVID-19-crisis op de liquide middelen van belastingplichtigen heeft willen afzwakken. De afsluitingsdatum van het boekjaar werd dus in aanmerking genomen om de belastingplichtigen te bepalen die voor de tijdelijke maatregel in aanmerking komen.

Hieronder vindt u een vergelijking van de percentages vóór en na versoepeling.

Voor natuurlijke personen
 

 
percentages VA 3 en VA 4
verhoogd percentages VA 3 en VA 4 NIET verhoogd
VA 1
3,00 %
3,00 %
VA 2
2,50 %
2,50 %
VA 3
2,25 %
2,00 %
VA 4
1,75 %
1,50 %

Voor vennootschappen
 
percentages VA 3 en VA 4
verhoogd percentages VA 3 en VA 4 NIET verhoogd
VA 1
9,00 %
9,00 %
VA 2
7,50 %
7,50 %
VA 3
6,75 %
6,00 %
VA 4
5,25 %
4,50 %


Geen invloed op ‘vrijwillige’ bonificaties

De verhoging van het tarief van het voordeel verbonden aan VA 3 en VA 4 mag geen invloed hebben op de bonificatie waar natuurlijke personen volgens art. 175 tot 177 van het WIB 92, recht op hebben als ze het niet door een verrekenbare voorheffing, een forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting of een belastingkrediet, of door 'verplichte' VA gedekte deel van de verschuldigde belasting vrijwillig op voorhand betalen ('vrijwillige' VA).

De tijdelijke VA-maatregel VA is immers genomen om de vermeerdering wegens geen of ontoereikende VA ('verplichte' VA) teniet te doen of te milderen voor 'zelfstandigen' die kampen met liquiditeitsproblemen.

Het is niet de bedoeling dat natuurlijke personen die over voldoende liquiditeiten beschikken om VA te doen gespreid over het volledige jaar 2020 en naast beroepsinkomsten die aan de vermeerdering onderworpen zijn ook nog andere belastbare inkomsten behalen, meer bonificatie wegens VA zouden kunnen verkrijgen. Om te bepalen welk deel van de VA nog voor de bonificatie in aanmerking kan worden genomen, zal dan ook geen rekening worden gehouden met de verhoogde percentages voor de VA in oktober en december 2020.

Uitsluitingen

Aangezien de versoepeling is bedoeld voor bedrijven die liquiditeitsproblemen kunnen ondervinden, worden vennootschappen uitgesloten die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot en met de laatste dag van het betreffende belastbare tijdperk een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering verrichten of dividenden betalen of toekennen.

De VA-versoepeling is ook niet van toepassing op vennootschappen die in de periode van 12 maart 2020 tot en met de laatste dag van het betreffende belastbare tijdperk een variabele remuneratie betalen aan bepaalde bedrijfsleiders. Het gaat om personen waarvan de bezoldigingen moeten worden opgenomen in het in artikel 3:6 van het WVV bedoelde remuneratieverslag.

Laatste uitsluiting: de maatregel is niet van toepassing op vennootschappen die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot en met de laatste dag van het betreffende belastbare tijdperk een rechtstreekse deelneming aanhouden in een vennootschap die gevestigd is in belastingparadijs of die tijdens diezelfde periode, onder bepaalde voorwaarden, betalingen hebben gedaan aan vennootschappen die gevestigd zijn in een belastingparadijs.

Onder zogenaamd 'belastingparadijs' wordt verstaan: elke staat opgenomen op de Belgische lijst van staten zonder of met een lage belasting (zie art. 179, KB/WIB 92) en elke staat die inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen als 'niet-coöperatief' wordt beschouwd en is opgenomen op de OESO-lijst van landen die door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden, wordt aangemerkt als een staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast. Dit is het geval voor landen waarvan de rating van het Mondiaal Forum 'non-compliant' of 'partially compliant' is.

Bron: Circulaire nr. 2020/C/112 over de tijdelijke aanpassing van de berekening van de vermeerdering wegens geen of ontoereikende voorafbetalingen als gevolg van COVID-19, www.fisconetplus.be, © FOD Financiën, 01/09/2020