Interesse?

Wenst u meer nieuws, basisinformatie en sectorinformatie over arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht en loonfiscaliteit?



Huren van een tweede verblijfplaats dicht bij de plaats van tewerkstelling en begrip woon-werkverkeer

Commentaar op rechtspraak - 27/01/2021
-
Auteur(s): 
Bernard Mariscal


De huur van een tweede verblijfplaats die dichter bij de plaats van tewerkstelling ligt, kan als beroepskost worden afgetrokken wanneer:
  •  ofwel de werknemer te allen tijde moet kunnen worden opgeroepen en de werkgever wil dat de werknemer in de buurt van zijn werk komt wonen;
  •  ofwel het huren van de verblijfplaats een lange of abnormale verplaatsing vermijdt.
In dit geval is het niet van belang of de werkgever al dan niet bereid is de verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling te vergoeden.

De aftrek van kosten in verband met de huur van een tweede verblijfsplaats is een feitenkwestie.

Maar als die aftrek is erkend, vormen de verplaatsingen van de woonplaats naar die tweede verblijfplaats en van die tweede verblijfplaats naar de plaats van tewerkstelling dan verplaatsingen van de woonplaats naar de werkplaats? Die vraag werd onlangs beantwoord door het Hof van Beroep van Gent.

De feiten

Een belastingplichtige wilde de verplaatsingskosten tussen zijn woonplaats, zijn gehuurde appartement en een bouwplaats in de buurt van dat appartement aftrekken ten belope van 0,15 euro, wat de Administratie weigerde.

De eerste rechter oordeelde dat enkel de verplaatsingskosten tussen het gehuurde appartement (gehuurd om dichter bij zijn arbeidsplaats te wonen) en de bouwplaats zelf beroepskosten zijn die niet vallen onder het toepassingsgebied van artikel 66, § 4 van het WIB 92 (aftrek ten belope van 0,15 euro per km) en die dus in aanmerking kunnen worden genomen op basis van de werkelijke beroepskosten met betrekking tot de auto, die (krachtens artikel 66, § 1, eerste lid, van het WIB 92 dat van toepassing was op het moment van de feiten) zijn beperkt tot 75%.

De beslissing van het Hof

Het Hof volgt de rechter in eerste aanleg niet op basis van de wetteksten.

Artikel 66, § 4 van het WIB 92 bepaalt: ‘In afwijking van § 1 worden de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een in die bepaling vermeld voertuig forfaitair op 0,15 euro per afgelegde kilometer bepaald’.

Volgens het Hof voeren de belastingplichtigen terecht aan dat de regel van artikel 66, § 4 van het WIB (woon-werkverkeer) een afwijking is van de regel van artikel 66, § 1 van het WIB 92. Het staat vast dat het woon-werkverkeer een verplichte regeling is. Zodra aan de voorwaarden is voldaan, moet artikel 66, § 4 van het WIB worden toegepast.

Het feit dat de belastingplichtige vanwege de noodzaak om (bijna) elke dag op de bouwplaats te zijn en de grote afstand tussen zijn woonplaats en de bouwplaats een appartement heeft gehuurd om er de nachten in de week te kunnen doorbrengen, betekent volgens de rechtbank dat de twee trajecten als een geheel moeten worden beschouwd.

De huur van het appartement was noodzakelijk zodat de belastingplichtige zijn vaste plaats van tewerkstelling op een redelijk haalbare manier kon bereiken vanuit zijn woonplaats. In die zin zijn de overnachtingen in het gehuurde appartement slechts een soort tussenstop in het traject tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.

Volgens het Hof vallen alle verplaatsingen tussen de woonplaats en het gehuurde appartement en alle verplaatsingen tussen het gehuurde appartement en de bouwplaats onder de regel van artikel 66, § 4 van het WIB 92.

Ook de verplaatsingen met de fiets tussen het gehuurde appartement en de bouwplaats zijn woon-werkverplaatsingen.

Bespreking

Het Hof van Beroep te Gent opteert voor een ruime interpretatie van het begrip woon-werkverkeer wanneer een verblijfplaats in de buurt van de plaats van tewerkstelling wordt gehuurd. Alle verplaatsingen tussen de woonplaats en de gehuurde verblijfplaats en alle verplaatsingen tussen de gehuurde verblijfplaats en de bouwplaats vallen hieronder.

Deze interpretatie is interessant voor de aftrek van de kosten voor de werknemer, maar kan een ongewenst effect hebben en de werkgever verhinderen om de verplaatsingskosten naar de bouwplaats als eigen kosten van de werkgever terug te betalen.


Bron:  Gent, 10 november 2020, www.taxwin.be.