Interesse?

Wenst u meer nieuws, basisinformatie en sectorinformatie over arbeidsrecht, socialezekerheidsrecht en loonfiscaliteit?


Toekenning van abonnementen door een uitgeverij van geschreven pers aan alle werknemers: socialezekerheidsbijdragen of niet?

Commentaar op rechtspraak - 19/11/2021
-
Auteur(s): 
Terra Laboris


In een arrest van 20 mei 2021 neemt het arbeidshof van Brussel aan dat de toekenning aan alle werknemers, zonder onderscheid, van een abonnement op een krant niet kan worden beschouwd als loon waarop socialezekerheidsbijdragen kunnen verschuldigd zijn, aangezien het in casu arbeidsgereedschap betreft dat de werknemers toelaat enerzijds de kwaliteit van het product zelf en anderzijds de distributie te controleren.

De feiten

Een vennootschap die actief is in de mediasector (uitgeverij van kranten) kent haar personeel een gratis abonnement op een krant toe, die aan huis wordt geleverd.

In het begin van de jaren 2010 had de RSZ een dochtervennootschap van deze vennootschap ter kennis gebracht dat er een voordeel in natura was (toen ging het om het privégebruik van bedrijfs-gsm’s, gratis abonnementen en gratis advertenties) dat moest worden beschouwd als loon. Er werd een regularisatie aangevraagd voor de periode van het 1e kwartaal 2008 tot en met het 4e kwartaal 2013.

In 2015 ondernam de vennootschap hetzelfde. De correctie van de bijdragen voor de betrokken periode (4e kwartaal 2010 – 3e kwartaal 2014) heeft betrekking op een bedrag van ongeveer 14.000 euro. Het gaat hier enkel om abonnementen en gratis advertenties.

In 2017 werd een nieuwe stap ondernomen met betrekking tot het loonkarakter van de abonnementen op een krant, die volgens de RSZ niet konden worden beschouwd als essentieel arbeidsgereedschap. De regularisatie van de bijdragen werd eveneens gevorderd, hier voor de periode van het 1e kwartaal 2014 tot en met het 4e kwartaal 2016, waarbij de overeenstemmende bijdragen ongeveer 24.000 euro bedroegen. De bedragen werden betaald onder voorbehoud en er werd een procedure tot teruggave ingesteld.

Bij vonnis van 12 september 2019 heeft de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel de vordering ingewilligd, waarbij de beslissing van de Rijksdienst vernietigd werd. Laatstgenoemde werd veroordeeld tot teruggave van de gestorte bedragen, te vermeerderen met de intresten.

Hij tekent hoger beroep aan.

Standpunt van de partijen voor het hof

De RSZ verwijt de rechtbank dat zij heeft geoordeeld dat de toekenning aan elke werknemer van een gratis abonnement zonder onderscheid kan worden beschouwd als arbeidsgereedschap waarop geen enkele socialezekerheidsbijdrage moet worden berekend. Hij pleit dat de conclusie van de rechtbank, namelijk dat elke werknemer dagelijks de productie en de distributie van de krant moet kunnen opvolgen en evalueren, louter theoretisch is, aangezien dit in werkelijkheid niet het geval is. Een krant van de groep kan niet worden beschouwd als essentieel arbeidsgereedschap, maar vormt een tariefvoordeel in de zin van artikel 19, § 2, 19° van het koninklijk besluit van 28 november 1969. Indien er geen socialezekerheidsbijdragen worden betaald op de prijsvermindering van minder dan 30 % van de normale prijs, moet het gedeelte dat dit tarief overschrijdt worden beschouwd als loon waarop bijdragen kunnen worden geheven.

De vennootschap is van haar kant van oordeel dat de dagelijkse verzending van een krant naar alle werknemers onafhankelijk van hun functie geen voordeel in natura vormt maar arbeidsgereedschap in de zin van dezelfde bepaling, 5°. Ze herinnert aan de doelstelling om de kwaliteit van het eindproduct te verbeteren. Het gaat om een goedkope en doeltreffende controle, in de eerste lijn, van de kwaliteit van het product en van het systeem van distributie en verzending per post.

De beslissing van het hof

Het hof herhaalt artikel 19, § 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1969, dat de vergoedingen opsomt die niet als loon mogen worden beschouwd. Het betreft beperkingen aan het begrip zelf zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 12 april 1965.

Verwijzend naar de rechtsleer (W. VAN EECKHOUTTE, “Begrip loon in de bijdrageregeling van de sociale zekerheid voor werknemers. Algemene beginselen”, in R. JANVIER, G. VAN LIMBERGEN, A. VAN REGENMORTEL, Recht en sociale zekerheid. Het loonbegrip, Die Keure, Brugge, 2005, 3-123) benadrukt het hof dat het onderscheid tussen arbeidsgereedschap en tariefvoordelen belangrijk is aangezien krachtens artikel 19, § 2, 5° van het koninklijk besluit de voordelen die worden toegekend in de vorm van arbeidsgereedschap of werkkleding geen loon vormen waarop bijdragen moeten worden betaald. Krachtens hetzelfde artikel (19°) wordt de vermindering ten laste van de werkgever van de normale prijs van de door hem gefabriceerde of verkochte producten of van de door hem geleverde diensten echter eveneens onder bepaalde voorwaarden toegepast wanneer de prijsvermindering meer dan 30 % van de normale prijs overschrijdt, dit wil zeggen dat het bedrag van de vermindering dat dit percentage overschrijdt, als loon wordt beschouwd. Als de toekenning van een gratis abonnement moet worden beschouwd als arbeidsgereedschap, zijn er dus geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd, maar als het de vermindering betreft op een door de werkgever gefabriceerd product, is er slechts sprake van een vrijstelling indien de vermindering niet meer bedraagt dan 30 % van de normale prijs.

Volgens het hof betreft het hier arbeidsgereedschap. Het steunt zich hiervoor op verschillende elementen.

De toekenning van dit voordeel aan alle personeelsleden, zodat zij de kwaliteit van het werk kunnen beoordelen, alsook dat van de collega’s om te anticiperen op de tevredenheidsgraad van het publiek, vormt een interne vorm van kwaliteitscontrole en het hof benadrukt hier dat deze, georganiseerd door de onderneming zelf, directer, efficiënter en goedkoper is dan wanneer ze zou worden uitgevoerd door derden.

De toekenning aan alle personeelsleden is ook een manier om het aspect “distributie” efficiënt na te gaan. Het hof benadrukt dat het voor abonnees belangrijk is om hun krant tijdig in de brievenbus te hebben en dat zo kan worden nagegaan of de voorwaarden voor distributie en logistiek voldoen. Het is ook een intern controlesysteem. Het hof benadrukt dat de werknemers rechtstreeks betrokken zijn bij de vragen inzake distributie en dat zij, in geval van problemen, deze kunnen aankaarten bij de werkgever.

Het hof verwerpt dus de kritiek van de RSZ betreffende de conclusie van de rechtbank, waarbij het benadrukt dat het geenszins “louter theoretische overwegingen” betreft. De bewijslast ligt bij de RSZ en deze toont geenszins aan dat er geen systeem van “rapportering” aan de werkgever is geweest.

Aangezien het arbeidsgereedschap betreft, moet het voordeel bijgevolg volledig worden uitgesloten van het begrip loon dat onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen.

Het hof bevestigt bijgevolg het vonnis.

Belang van de beslissing

De toekenning van voordelen aan het personeel vormt de kern van dit debat, waarin het hof een geschil heeft moeten beslechten over de toepassing van artikel 19, § 2, 5° of 19° van het koninklijk besluit.

Zoals in het arrest werd herhaald, zijn de voordelen die worden toegekend in de vorm van arbeidsgereedschap of werkkleding volledig uitgesloten van het loonbegrip en kunnen er daarop geen sociale zekerheidsbijdragen geëist worden.

De vermindering ten laste van de werkgever op de normale prijs van de gefabriceerde of verkochte producten of van de diensten die hij levert, gebeurt daarentegen slechts onder bepaalde voorwaarden. De eerste is dat de hoeveelheid van de aan elke werknemer verkochte producten of geleverde diensten het normale verbruik van het gezin van de werknemer niet overschrijdt. Deze voorwaarde moet ter kennis zijn gebracht van de werknemers en de werkgever moet dit bewijs leveren.

Het koninklijk besluit regelt eveneens de kwestie van de normale prijs, namelijk de prijs die de werknemer als consument had moeten betalen indien hij niet tewerkgesteld was geweest door de betrokken werkgever. De werkgever moet de elementen kunnen voorleggen die de normale prijs staven. Tot slot is, zoals verduidelijkt in het arrest, niet elke prijsvermindering vrijgesteld van bijdragen. Als de prijsvermindering 30% van het bedrag van de normale prijs overschrijdt, wordt het immers als loon beschouwd. Ook wanneer de prijs die door de werknemer wordt betaald na prijsvermindering lager is dan de kostprijs van het product of de dienst, wordt het verschil tussen de prijs die door de werknemer zal zijn betaald en de kostprijs eveneens als loon beschouwd, zelfs indien de korting niet meer bedraagt dan 30 % van de normale prijs. De werkgever is eveneens verplicht de elementen voor te leggen die de kostprijs staven.

Bron:  Arbh. Brussel, 20 mei 2021, AR 2019/AB/771